1. Capaciteit

Het maximum aantal kinderen dat een school haalbaar vindt

Dit hangt samen met

  • pedagogisch comfort (hoeveel kinderen per klas is ideaal om te leren)
  • fysieke capaciteit (hoeveel kinderen kunnen er in de klas/school)
  • of een combinatie van deze twee 

2. Sociale mix

De ideale klas/school is een afspiegeling van de omgeving waarin de school gevestigd is.

Het LOP rekende dit na en kwam voor het grondgebied Vilvoorde uit op een percentage van xx% indicatorleerlingen en xx % niet-indicatorleerlingen.

3. Contingent

Sluit nauw aan bij sociale mix

Voor iedere school zijn een aantal plaatsen voorbehouden voor indicatorleerlingen en een aantal plaatsen voor niet-indicatorleerlingen.

Ook hier een rekensommetje van percentage naar aantal beschikbare plaatsen.

Eerst worden de leerlingen die al op school zijn in kaart gebracht.

We noemen dit zittende leerlingen.

Hun aantal wordt afgetrokken van het totaal aantal beschikbare plaatsen per contingent.

Het resultaat geeft het aantal vrije plaatsen weer.

4. Indicator-/niet-indicatorleerling

Vanuit de overheid werden een aantal leerlingenkenmerken opgesomd.

Men noemt dit indicatoren.

Kinderen die voldoen aan 1 van deze indicatoren zijn indicatorleerlingen.

Kinderen die aan geen enkele van deze indicatoren voldoen zijn niet-indicator leerlingen.

De indicatoren zijn :

  • kinderen uit gezinnen die het vorige schooljaar of het schooljaar daarvoor recht hadden op een schooltoelage
  • kinderen van wie de moeder geen diploma secundair onderwijs heeft en geen studiegetuigschrift van het zesde jaar secundair onderwijs